Het onderwijs op O.B.S. De Pionier is gericht op de optimale ontwikkeling van elk individueel kind.
| Kernwoorden daarbij zijn: | goed pedagogisch klimaat |
| zelfvertrouwen | |
| zelfstandigheid | |
| individuele aandacht |
Wij denken dit het beste te bereiken door alle kinderen optimaal te begeleiden: onderwijs op maat d.m.v. adaptief onderwijs.
Belangrijke aandachtspunten:
Het bovenstaande komt tot uitdrukking in onze onderwijs opvatting.
In alle groepen staan de drie basisbehoeften, zoals geformuleerd in het adaptief onderwijs centraal.
Deze basis-behoeften zijn autonomie, competentie en relatie.
Goed onderwijs op De Pionier.
Vaak is het zo dat de visie een stuk tekst of een kreet is, waarvan de achterliggende
betekenis wel in grote lijnen duidelijk is, maar waarbij de precieze missie
niet tot uiting komt.
Hoe ziet u de visie nu in ons onderwijs terugkomen. Wat is de missie van de
school.
Essentieel in ons onderwijs is dat niet de leerstof (methode) maar
het kind centraal staat.
Er wordt daarom uitgegaan van de leer- en ervaringsbehoeften van het kind, d.w.z
aangepast aan hetgeen kinderen al kunnen en kennen en aan hun belangstelling.
Ieder kind moet zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. De leerkracht
gaat dus flexibel en doordacht om met de leerstof en vraagt zich af wat essentieel
voor welk kind is. Het gaat hierbij om kwaliteit en niet om kwantiteit. De leerkracht
heeft voor zijn/haar lessen en/of instructie groep een concreet doel voor ogen.
Er wordt duidelijk gemaakt wat er van de kinderen verwacht wordt. Voor een optimale
ontwikkeling van de kinderen is het belangrijk dat de leerkracht hierbij hoge
verwachtingen heeft en positieve verwachtingen uitspreekt. De leerkracht gaat
aan het eind van de les na of hij/zij de doel(en) bereikt heeft. Een duidelijke
door de kinderen en de leerkracht gevoerde administratie is daarbij een belangrijk
hulpmiddel.
Om het boven genoemde in de praktijk voor de leerkracht uitvoerbaar en overzichtelijk
te houden maken we gebruik van moderne methodes. In eerste instantie werken
alle kinderen aan het gewone lesprogramma, maar binnen dit programma vindt differentiatie
plaats naar behoefte van het kind. Het lespakket moet daarom voor sommige kinderen
worden aangepast. Zo kan het zijn dat zwakkere leerlingen met een ander programma
werken, langzamere kinderen minder stof hoeven te maken en begaafdere kinderen
middels compacting minder hoeven te doen van de basisstof en daarnaast extra
uitdagende stof maken.
Het is dus aan de leerkracht om de kinderen gericht te volgen en in hun behoefte
te voorzien. In de praktijk is het zo dat dag en weektaak voor kinderen in een
groep kunnen verschillen.
Bij de voorbereiding van de lessen is niet alleen de klassikale uitleg, zoals
vaak door de methode beschreven is, belangrijk. Daarnaast vraagt de leerkracht
zich af welk stuk van de uitleg is belangrijk voor welk kind. Omdat er op verschillende
niveaus gewerkt wordt, is de klassikale instructie kort. Hierna gaan de kinderen
zelfstandig aan het werk en loopt de leerkracht via een vast patroon (het service
rondje) door de klas om te zien of elk kind de opdracht begrepen heeft en geeft
hierbij ieder kind positieve aandacht. In de onderbouw wordt dit rondje vaker
herhaald dan in de bovenbouw. Door deze werkvorm houdt de leerkracht (meer)
tijd over voor de verlengde of andersoortige instructie aan de instructietafel.
Belangrijk hierbij is dat de kinderen leren hoe ze zelfstandig moeten werken
en dat ze verantwoordelijkheid leren nemen voor eigen werk. Dit (nieuwe) gedrag
kan alleen worden geleerd door het gewenste gedrag te bekrachtigen en het zelfbeeld
van de kinderen te versterken.
Zo moeten kinderen leren niet meteen de oplossing bij de leerkracht te zoeken,
maar eerst zelf een oplossing te bedenken of bij een ander kind om uitleg vragen.
Lukt dit niet dan moeten ze het werk even parkeren en met ander werk uit de
dag/weektaak verder gaan, totdat de leerkracht langs komt.
Het gemaakte werk wordt zoveel mogelijk zelf nagekeken door de kinderen, waarna
het door de leerkracht (steekproefsgewijs) gecontroleerd wordt. Door corrigerend
op te treden wordt het gewenste nakijkgedrag bevorderd. Als de pakkans, bij
het niet goed corrigeren en het niet nemen van eigen verantwoordelijkheid groot
is leert het kind ongewenst gedrag af. D.m.v. de methodegebonden toetsen (door
de leerkracht gecorrigeerd) en het leerlingvolgsysteem blijven we de kinderen
optimaal volgen.
Door deze werkvorm zal er veel verschil in tempo in de groep voorkomen. Sommige kinderen zullen eerder klaar zijn met hun dag/weektaak dan andere kinderen. Voor deze kinderen is er uitdagend extra werk in de klas aanwezig zijn. Bij extra werk denken we aan ontdekdozen/ internet/ software/ leerzame spelletjes/ etc.. Voor kinderen die structureel eerder klaar zijn met hun dag/weektaak heeft de weektaak meer inhoud d.m.v uitdagende opdrachten.
De relatie tussen leerlingen onderling en die tussen leerkracht
en leerling neemt ook een belangrijke plaats in in ons onderwijs en is van essentieel
belang om de hierboven beschreven werkvorm te laten slagen. Zo moeten we er
voor zorgdragen dat de kinderen van elkaar leren, dat ze kunnen meedenken en
beslissen, ze verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen inbreng geven.
Onderzoek wijst uit dat zelfvertrouwen een sleutelfactor is
in het voorkomen van ongewenst gedrag. Kinderen die denken dat ze niets kunnen
of niets waard zijn, gaan zich ook zo gedragen en zullen weinig ondernemen.
Als ze niets ondernemen is er ook weinig kans dat dingen lukken en raken ze
er steeds meer van overtuigd dat ze niets waard zijn. Het onbevredigende gevoel
dat ze krijgen kan een uitweg zoeken in ongewenst gedrag als pesten, stelen
of vernielzucht. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat kinderen een goed
beeld van zichzelf krijgen en weten waar ze goed in zijn. De personen die de
meeste invloed uitoefenen op het zelfbeeld van een kind zijn de ouders, mensen
thuis, leraren en met het ouder worden steeds meer ook leeftijdgenoten.
-- oOo --
| Visie |
| Visie & Hoofdlijnen | > | Visie | Methoden | Zorgplan | Computers |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |